Alvleesklierontsteking, ook wel pancreatitis genoemd, is een veel voorkomende ziekte. De meeste patiënten zijn erg ziek. Vanwege de algemene soms vage symptomen en het vaak wisselend aanwezig zijn van de klachten kan het soms moeilijk zijn om de diagnose te stellen.

Wat is de alvleesklier nu precies?

De alvleesklier is een plat en lang orgaan dat net achter de maag langs het eerste stuk van de dunne darm ligt. De alvleesklier is goed doorbloed en heeft een afvoergang die samen met de afvoergang van de galblaas in de dunne darm uitkomt.

De alvleesklier bestaat uit 2 verschillende typen cellen.

  • Endocriene cellen: deze produceren de hormonen glucagon en insuline welke verantwoordelijk zijn voor het reguleren van de suikerspiegel in het lichaam
  • Exocriene cellen: deze maken verteringsenzymen die in de dunne darm voor de vertering van het voedsel zorgen.

Wat gebeurd er bij een alvleesklierontsteking?

De verteringsenzymen horen pas actief de worden na het uitscheiden in de dunne darm. Gebeurt dit al in de alvleesklier zelf dan ontstaat hier een ontsteking. De ontsteking kan acuut en heel heftig zijn maar ook meer chronisch en wat milder van aard.

Naast ontsteking van de alvleesklier kunnen de enzymen ook een ontstekingsreactie geven in het omliggende weefsel. Zou kan ook het omliggende vet, het buikvlies, de maag ,de darm en de lever mee aangetast zijn.

Een ontsteking van de alvleesklier wordt vrijwel altijd veroorzaakt door het te vroeg vrij komen van de verteringsenzymen en vrijwel nooit door bacteriën, virussen of problemen van het immuun systeem. Dit maakt het een stuk moeilijker om het te behandelen.

Het is niet duidelijk waarom een alvleesklierontsteking ontstaat. Een aantal zaken kunnen meespelen bij het ontstaan hiervan zoals obesitas, erg vette voeding (de alvleesklier moet harder werken om dit te verteren), leverproblemen, braken of diarree, ziekte van Cushing, tumoren of ontstekingen in het gebied van de alvleesklier.

Symptomen bij een alvleesklierontsteking

Symptomen die we het meest zien zijn:

  • Braken
  • Sloomheid
  •  Buikpijn, de dieren gaan soms in de zogenaamde “bid houding” liggen met de achterhand omhoog
  • Uitdroging door braken en shock
  • Koorts

Bij een acute alvleesklier ontsteking kan een dier door shock en falen van meerdere organen binnen enkele uren overlijden. Bij de chronische variant kunnen de klachten steeds terug komen, waarbij ze kunnen wisselen in heftigheid.

Diagnose van alvleesklierontsteking

Op basis van de klachten, het lichamelijk onderzoek en een algemeen bloedonderzoek zal er een mogelijke verdenking zijn van een alvleesklierontsteking. In het algemene bloedonderzoek zien we vaak een ontstekingsbloedbeeld en een lichte verhoging van de leverwaarden.

Aanvullend kunnen we een sneltest doen om pancreas lipase te meten. Een lage waarde betekent dat er geen sprake is van een alvleesklierontsteking een hoge waarde betekent dat er mogelijk sprake is van een alvleesklierontsteking. Het alleen meten van een verhoogde waarde is niet doorslaggevend.

Bij een verhoogde pancreas lipase waarde (PLI) is het verstandig om een echo te doen. Tijdens de echo wordt bekeken of de alvleesklier en het omliggende vet er afwijkend uitzien en kunnen we meteen andere ziekten zoals een galgang ontsteking, een buikvliesontsteking of andere maag- darm problemen aantonen of uitsluiten.

Behandeling van een alvleesklierontsteking

Er is geen medicatie om de alvleesklierontsteking zelf te genezen, het lichaam zal dit vooral zelf moeten doen. Wel kunnen we er voor zorgen dat het dier minder klachten heeft en ondersteunt word bij deze genezing.  Meestal zal de therapie bestaan uit:

  • Pijnstilling: vaak in de vorm van opiaten, de  “normale” ontstekingsremmer/ pijnstillers kunnen de klachten verergeren.
  • Medicatie tegen de misselijkheid: meestal Cerenia omdat dit het middel is dat het sterkste hier tegen werkt.
  • Infuus: zeker in de acute fase is er vaak sprake van uitdroging waardoor het dier opgenomen moet worden aan het infuus.
  • (dwang-) Voeren: als het dier niet meer braakt is het belangrijk dat hij eet. De energie is nodig voor het herstel. Een dier wat nog braakt kan beter even niet gevoerd worden.
  • Aanpassen van de voeding: bij de hond is het belangrijk om een zo vet arm mogelijke voeding te geven. Hier zijn speciale diëten voor. Heeft de hond naast de alvleesklierontsteking nog andere maagdarm problemen dan is een maagdarm dieet ook goed. Deze bevatten vaak al minder vet. Bij de kat hoeft de voeding niet perse aangepast te worden.

Prognose

Bij een acute alvleesklierontsteking kan het dier ondanks alle ondersteunende therapie overlijden.  Bij een chronische alvleesklierontsteking is de prognose vaak goed. Wel komen de klachten bij veel dieren terug. Het dieet moet aangepast worden en er moet goed in de gaten gehouden worden of er zich geen complicaties voordoen zoals het ontstaan van suikerziekte (door aantasting van de endocriene cellen kan er een tekort aan insuline ontstaan).