Artrose is een aandoening die zich afspeelt in de gewrichten. Onze gewrichten worden gevormd door twee botten, met daaromheen een gewrichtskapsel.  Deze botten moeten soepel over elkaar heen kunnen bewegen. Hiervoor zijn beide uiteinden van de botten van het gewricht bedekt met een laagje dun elastisch kraakbeen en zit er gewrichtsvloeistof (te vergelijken met smeerolie) in het gewricht.

Gaat er iets mis in dit systeem door beschadiging van het kraakbeen of afwijkingen in de gewrichtsvloeistof dan ontstaat er een ontstekingsreactie in het gewricht, het kraakbeen wordt ruw en het gewricht kan minder soepel bewegen.
Door de ontstekingsreactie wordt er extra bot gevormd op de plek waar het gewrichtskapsel aanhecht, dit zorgt weer voor minder beweeglijkheid en pijn door irritatie van het kapsel.

Zo ontstaat er een negatieve spiraal, er is een  actieve ontsteking aan de gang die zorgt voor nieuwe botwoekeringen. Deze zorgen weer voor meer pijn en nog stijver worden van het gewricht. 

Hoe ontstaan deze beschadigingen in het gewricht:

  • Bij oudere dieren treedt een natuurlijk verouderingsproces op, waarbij het kraakbeen uiteindelijk minder elastisch wordt en ontstane beschadigingen minder goed herstellen.
  • Bij overgewicht worden de gewrichten overmatig belast waardoor meer schade optreedt.
  • Bij jonge dieren kan door aangeboren gewrichtsprobleem als heupdysplasie of osteochondrose (losse stukjes bot in het gewricht) schade in de gewrichten optreden. 

De waarschijnlijkheidsdiagnose is vaak makkelijk te stellen op basis van symptomen en lichamelijk onderzoek. Katten zullen deze later en vaak minder duidelijk laten zien dan honden omdat ze meer de neiging hebben om pijn te verbergen. Bij het lichamelijk onderzoek is vaak al duidelijk in welke gewricht(en) het probleem gezocht moet worden. Vaak wordt er ook nog een röntgenfoto gemaakt om de ernst van de artrose in beeld te krijgen, of om een eventuele oorzaak te vinden (bijvoorbeeld een los stukje bot in het gewricht).

Symptomen die opvallen bij de hond zijn vaak:

  • Stijver/strammer lopen
  • Moeite met ’s ochtends uit de mand komen, moeite met opstaan na langer liggen
  • Gaat beter na even op gang komen
  • Minder graag mee uit willen
  • Stijf of zelfs kreupel na lange wandeling/ druk spelen
  • Chagrijnig bij borstelen/ aanraken of naar ander honden


Bij de kat moet er gelet worden op de volgende signalen:

1.      Verandering in beweging

  • Stijver lopen
  • Minder springen, aarzelen om te springen, niet meer op hoge dingen komen
  • Kleine sprongetjes in plaats van een grote sprong
  • Ongelukjes bij de kattenbak, door pijn bij zitten net buiten de bak plassen.

2.      Verandering in activiteit:

  • Meer slapen, met voorkeur voor warme plekjes
  • Minder graag spelen, geen “gekke” uurtjes meer
  • Minder graag/ minder lang naar buiten

3.      Verandering in uiterlijk:

  • Slecht wassen, met name rond de staart en op de onderrug vaak doffe vacht met klitten
  • Minder krabben omdat dan de rug gestrekt moet worden, daardoor langere nagels die bijvoorbeeld in het tapijt blijven hangen.

4.      Verandering in gedrag:

  • Minder aanhankelijk, wil niet graag meer aangehaald worden
  • Chagrijniger tegen mensen/ andere dieren, blazen en uithalen om niks

Artrose is niet meer te genezen. Maar door middel van aangepaste beweging en medicatie is het voor uw huisdier wel goed leefbaar te maken. Ook kan de voortgang van de artrose afgeremd worden. Het zogenaamde “artroseregime” bestaat uit drie stappen:

  1. Aangepaste beweging: het in beweging blijven is erg belangrijk, door beweging worden de gewrichten namelijk goed gesmeerd waardoor ze minder stijf worden. Hierbij is het belangrijk dat er vooral rechtlijnig bewogen wordt en geen snelle stops of korte wendingen gemaakt worden. De duur en hoeveelheid van de wandelingen moet per dier aangepast worden. Vaak zien we een positief effect van een aantal behandelingen door de fysiotherapeut, omdat de dieren vaak veel spieren gaan overbelasten/ vastzetten om de pijnlijke gewrichten te ontlasten. Als dit allemaal “los”gemaakt wordt is bewegen al weer een stuk makkelijker. Aanpassen van de beweging zal bij katten een stuk moeilijker gaan dan bij honden, ook behandeling door een fysiotherapeut is bij een deel van de katten door niet mee willen werken onmogelijk. Denk bij de kat met name aan aanpassingen in huis zodat het makkelijker word om op hoger gelegen plekjes te komen of bijvoorbeeld verplaatsen van de bak/ voeding zodat de kat niet meer steeds de trap op hoeft.

  2. Pijnstilling/ ontstekingsremmers:  ontstekingsremmers worden gegeven om de ontsteking in het gewricht af te remmen, waardoor er minder nieuw bot gevormd zal worden . Ook zijn ze meteen pijnstillend waardoor het dier beter zal lopen. Bij oudere dieren of in ernstigere gevallen is het soms nodig om dit levenslang dagelijks te blijven geven. Bij langdurig gebruik kunnen deze middelen schadelijk zijn voor de nieren en/ of maag- darm problemen geven. Doel is dan ook altijd om zo weinig mogelijk te geven.

  3. Voedingssupplementen: Er zijn enkele supplementen die een positief effect kunnen hebben op de gezondheid van de gewrichten.  Glucosaminen zorgen voor een betere kwaliteit van het kraakbeen en een betere smering van het gewricht. Vetzuren (omega-3 en omega-6 vetzuren) hebben in een speciale verhouding een ontstekingsremmend effect. Ze moeten beide minimaal enkele maanden gegeven worden om effect te zien, en worden vooral gebruikt om de achteruitgang van het gewricht te remmen.  In combinatie met deze supplementen hoeft er op den duur vaak minder/geen pijnstilling gegeven te worden.  Beide supplementen zijn bij de dierenarts verkrijgbaar, voor de hond is er ook een speciaal dieet waar ze al in verwerkt zijn.

In overleg met de dierenarts zal er voor elk dier een passend behandelplan opgesteld worden om er voor te zorgen dat uw dier zo soepel en pijnloos mogelijk van het leven kan genieten.