Een veel voorkomend probleem bij konijnen is blaaszand. Hierbij is de urine zo dik dat het wel lijkt of er zand uitkomt. Het blaaszand zorgt voor een pijnlijke blaasontsteking en door het laten lopen van de urine ontstaan vaak ontstekingen van de huid die voor het konijn erg vervelend zijn.

Konijnen hebben een efficiëntere calcium stofwisseling dan wij.  Al het calcium uit de voeding wordt opgenomen in het maagdarm kanaal. De overmaat die niet in het lichaam nodig is word vervolgens uitgescheiden via de nieren. Ook bij een gezond konijn zitten er dus calciumkristallen in de urine. Hierdoor is de urine troebel. Als deze hoeveelheid kristallen maximaal 10% van de urine zijn, geeft dit geen problemen. De urine is dan mooi vloeibaar en het konijn heeft geen problemen met plassen.

Er zijn meerdere redenen waarom een konijn blaaszand kan krijgen.

  • Teveel aanbod van calcium via de voeding : belangrijkste oorzaak is het aanbieden van lik- en knaagstenen, deze bevatten te veel calcium. Ook overmatig voeren van biks kan voor een calciumoverschot zorgen.

  • Slechte lediging van de blaas: de urine blijft hierdoor langer in de blaas waardoor de aanwezige calcium kristallen uit kunnen zakken, de urine die in de blaas achter blijft word zo steeds dikker. De blaas word slechter geleegd bij o.a. overgewicht, te weinig lichaamsbeweging, pijn, verstoorde zenuwfunctie van de blaas na bijvoorbeeld een infectie met E. Cuniculi.
  • Verstoorde nierfunctie: de urine word aangemaakt in de nieren, bij een afwijkende functie kan er meer calcium naar de urine gefilterd worden.

Symptomen bij blaaszand

De meeste konijnen met blaaszand vertonen symptomen passend bij een blaasontsteking. Ze gaan vaker zitten om te plassen, kunnen hierbij piepen en kunnen ook erg persen tijdens het plassen. Door de pijn en het ongemak kunnen ze slechter gaan eten waardoor het maag -darmkanaal stil kan gaan liggen. Vaak vind je erg dikke, zanderige urine waar het konijn gezeten heeft.  Veel konijnen met blaaszand laten de urine lopen.  Er zit dan dikke urine in de haren rondom de achterhand, deze urine kan smetplekken geven (ook wel urinebrand genoemd).

Behandeling van blaaszand

Heeft het konijn geen duidelijke klachten maar wordt alleen zanderige urine gezien dan kan soms met ondersteunende maatregelen het probleem verholpen worden.

  • Aanpassen van de voeding: minder biks , veel hooi en calcium arme groenvoeding. Heeft het konijn vaker last van blaaszand en helpt het verminderen van de biks niet dan is er speciale biks die gegeven kan worden.
  • Drinken stimuleren:meer drinken betekent meer urine en daardoor beter spoelen van de blaas. Veel konijnen drinken meer als je naast een drinkfles met  water ook "hooithee" aanbiedt. Hooithee maak je door kruidenhooi te weken in gekookt water, het afgekoelde water kan in een drinkfles.
  • Meer beweging: Voorkomt overgewicht en zorgt voor een betere lediging van de blaas. Zorg voor een voldoende groot hok en laat het konijn zo vaak mogelijk los lopen voor extra beweging.

Heeft het konijn duidelijk klachten van het blaaszand dan is het nodig om onder lichte verdoving de blaas uit te spoelen. We doen dit vrijwel altijd onder een roesje omdat het katheteriseren en spoelen voor het konijn pijnlijk is. Door de verdoving ontspant de blaas en urineleider waardoor we ook geen extra schade toebrengen tijdens het spoelen. Na het spoelen word door middel van een röntgenfoto  gekeken of echt alles uitgespoeld is. Zien we op de foto toch nog zand dan word nogmaals gespoeld.

De aanwezige blaasontsteking die door het blaaszand veroorzaakt is, behandelen we met antibiotica en een ontstekingsremmer. Soms moet ook het maagdarmkanaal ondersteunt worden met medicatie als het konijn slechter eet.

Is er sprake van urinebrand dan word de achterhand geschoren. De geïrriteerde huid kan dan behandeld worden met honingzalf. De ontstekingsremmer en antibiotica die we geven voor de blaasontsteking zal ook meehelpen in het genezen van de huid.

Voorkomen is beter dan genezen. Door het doen van een urine onderzoek (ook als er nog geen klachten zijn) kan vastgesteld worden of er teveel calcium kristallen in de urine aanwezig zijn. Is er teveel calcium aanwezig dan kun je tijdig ingrijpen. Lukt het om urine op te vangen (bijvoorbeeld als een loslopend konijn op de tegels plast , of om bij een zindelijk konijn  even een plastic zak over de korrels in het konijnentoilet te leggen) dan is het verstandig om dit in ieder geval één keer per jaar op de praktijk te laten onderzoeken.