Zo’n 90 % van de hartproblemen is verkregen, wat betekent dat ze pas op oudere leeftijd ontstaan. 
Zeker bij DCM is het, in verband met de levensverwachting, noodzaak om zo vroeg mogelijk een diagnose te stellen. 

Wat is DCM nu precies? 

DCM staat voor dilatatieve (verwijding) cardiomyopathie (aandoening van de hartspier). Zowel de linker als de rechter harthelft wordt wijder terwijl de hartspier steeds dunner word. 

Het wordt zo steeds moeilijker voor het hart om voldoende bloed rond te pompen door onvoldoende samentrekkingskracht van de hartspier. De doorbloeding van het lichaam, de longen maar ook van het hart zelf gaat achteruit.

DCM zien we bij honden op jongere en middelbare leeftijd, bij de middelgrote (zwaarder dan 20 kilo) tot reuzenrassen. 

Als er door middel van een echo DCM vastgesteld is, ligt de gemiddelde levensverwachting op zo’n 4 maanden. Ongeveer 30% van de honden met DCM kan door het tijdig instellen van medicatie nog 2 jaar overleven.

In het beginstadium zorgt het lichaam er met compensatiemechanismen voor dat de bloeddruk op peil blijft. Uiteindelijk zal deze verhoging van de hartslag en toename van de bloeddruk niet voldoende zijn.


Als eerste worden dan symptomen na inspanning merkbaar. De belangrijkste symptomen van DCM zijn:
- slecht uithoudingsvermogen en benauwdheid

- vocht achter de longen en/ of dikke buik door vochtophopingen

- vermageren, slecht etenc zwakke en eventueel onregelmatige hartslag

- eventueel flauwtes


Gezien de slechte levenverwachting moet er zo vroeg mogelijk met medicatie worden begonnen. Deze bestaat meestal uit een combinatie van een aantal middelen:
- vochtafdrijvers: kunnen vaak na een tijdje afgebouwd worden als de overige medicatie verbetering geeft

- digoxine: word gegeven bij ritmestoornissen van het hart

- ondersteunende hartmedicatie die de hartslag verlaagt en zorgt dat de samentrekkingskracht van het hart verhoogd wordt


De medicatie moet per hond afgestemd worden en zal vaak ook gedurende de therapie aangepast moeten worden om een goede kwaliteit van leven te geven. 
De hartspier zelf kunnen we helaas niet genezen, waardoor soms op korte termijn besloten moet worden om de hond in te laten slapen.