De loopsheid

Gemiddeld wordt een teef elke 6 maanden loops. Dit kan al vanaf een leeftijd van 6 maanden.
Tijdens deze loopsheid, die ongeveer 21 dagen duurt, is ze maar een paar dagen vruchtbaar. Wanneer de teef loops is, zal de vulva opzwellen en er zal een bloederige uitvloeiing ontstaan, dit is dag 1 van de loopsheid. De uitvloeiing zal later wat donkerder van kleur worden.
Op dag 9 tot 14 is de teef vruchtbaar. Ze zal dan ook toestaan gedekt te worden door de reu. Na dag 12 zal de uitvloeiing minder worden. Genoemde dagen zijn gemiddelden.

 

De dekking

Gemiddeld is een teef dus vruchtbaar op dag 9 – 14 van de loopsheid. Het is dan ook belangrijk goed in de gaten te houden wanneer de loopsheid begint.
Er zijn verschillende manieren om het ideale dektijdstip te bepalen. De teef is in veel gevallen vruchtbaar wanneer ze zich laat dekken door de reu. Voor en na de vruchtbaarheid zal de teef zich agressief of afwijzend gedragen wanneer een reu haar benaderd.
Ook is er de mogelijkheid tot het doen van een progesteron bepaling. We nemen bloed af en u brengt dit meteen zelf naar een laboratorium (het EVL) in Woerden. Wanneer het progesterongehalte bekend is, kan het ideale dektijdstip worden berekend. Deze bepaling moet ’s ochtends gedaan worden zodat u dezelfde dag nog een uitslag hebt.

Er kan gekozen worden voor een natuurlijke dekking en voor kunstmatige inseminatie (KI). De natuurlijke dekking heeft de voorkeur. Het is goed de teef een paar keer kennis te laten maken met de reu voordat ze gedekt wordt. De teef kan op dag 9 en 11 naar de reu worden gebracht om te kijken of ze zover is.
Er wordt voor KI gekozen wanneer de teef of reu agressief is, of wanneer een teef meerdere malen gedekt is maar niet drachtig wordt. KI kan bij ons op de praktijk worden uitgevoerd.

De dracht

De draagtijd van een hond is ongeveer 65 dagen (9 weken). Er zijn geen urine- of bloedtesten om de drachtigheid vast te stellen. De dracht kan wel worden vastgesteld m.b.v. echo-onderzoek. Dit kan vanaf 28 dagen. Ook is het dan te voelen en soms al te zien aan de buik.
Het is belangrijk de drachtige teef vanaf 2 weken dracht voeding te geven waar genoeg voedingstoffen inzitten. Het is pas vanaf week 7 nodig de teef bij te voeren.

De bevalling

Naarmate de 9 weken verstrijken zal de buik flink in omvang toenemen. Ook zullen de melkklieren wat gaan opzetten, dit kan echter ook al een paar weken voor de bevalling.
De naderende bevalling is te herkennen aan de onrust van de teef. In veel gevallen zal ze wat helder, taai slijm vloeien en de weeën zullen op gang komen. Het is belangrijk de teef met rust te laten zodat ze geen stress ervaart.
Ook is de naderende bevalling te controleren door het opnemen van de temperatuur. De normale temperatuur van een hond is tussen de 38,0 en de 39,0 C. Tussen 12 tot 24 uur voor de bevalling zal de temperatuur dalen tot rond de 37,0 C. Binnen enkele uren nadat het vruchtwater is afgekomen, moet de eerste pup geboren zijn. Wanneer de teef erg perst maar er na 30 minuten nog geen pup zichtbaar is, moet de hulp van een dierenarts worden ingeschakeld. De gemiddelde tijd tussen de geboorte van 2 pups is ongeveer 45 minuten. Het kan voorkomen dat de teef tussen de geboorte van 2 pups gaat slapen, dit kan zomaar 2 uur duren. Als er geen weeënactiviteit is, kan dit geen kwaad.

Na de bevalling

De navelstreng zal in de meeste gevallen zelf scheuren bij de geboorte. Wanneer de navelstreng erg bloedt, is deze waarschijnlijk op de verkeerde plek doorgescheurd. (u deze zelf afbinden met stevig, ontsmet garendraad.)
De pups moeten iedere dag worden gewogen en mogen niet afvallen. Het bijvoeren van de pups is alleen nodig wanneer de pups zelf niet bij de moeder drinken of wanneer het nestje eigenlijk te groot is voor de moeder. Het bijvoeren kan met speciale melk voor pups. De eerste tijd moet dit ongeveer om de 3 uur. Dit kan afgebouwd worden naarmate de pups ouder worden.
De teef kan indien nodig worden bijgevoerd met speciaal lactatie voer of een deel puppybrokjes. Hier zit nl meer energie in.
Rond de 10e dag zullen de oogjes open gaan.
Vanaf week 5 kunnen de pups al langzaam gaan wennen aan het eten van brokjes. Het is belangrijk de pups op jonge leeftijd goed te ontwormen. Het schema voor de ontworming is op 2, 4, 6, en 8 weken, daarna op 4 en 6 maanden, en daarna 2 tot 4 keer per jaar. Wanneer de pups op 2 weken leeftijd de eerste ontworming krijgen, is het goed de moeder ook te ontwormen.
De eerste vaccinatie moet gegeven worden op 6 weken leeftijd. Daarna op 9 weken en als laatste op 12 weken. Nu is de pup volledig beschermd. De vaccinatie moet jaarlijks herhaald worden.