Als we het over darmparasieten hebben, wordt er vaak meteen aan wormen gedacht. In het maagdarmkanaal van onze huisdieren kunnen echter ook nog andere parasieten voorkomen.

Giardia is hiervan de meest voorkomende. Giardia is een zogenaamde flagelaat, een klein eencellig organisme met acht flagellen (“sliertjes”).

Giardia kan in het maagdarmkanaal voorkomen zonder problemen te geven. Veel van onze huisdieren zijn symptoomloos drager. Tijdens het uitlaten komen ze overal in contact met de besmettelijke giardiacysten. Is de darmfunctie optimaal dan zal dit geen probleem zijn.
Vooral bij jonge, oude of zieke dieren kunnen symptomen gezien worden.

Bij dieren met symptomen zien we vaak steeds terugkerende diarree, waarbij de ontlasting brijachtig is en vaak erg stinkt. Ook kan er veel slijm of zelfs bloed bij de ontlasting zitten. Bij een wat heftigere infectie kunnen de dieren ook gaan braken of veel buikpijn hebben door een toename van de maag-darmmotiliteit. Vochtverlies en buikpijn kunnen er dan voor zorgen dat de hond of kat er ziek van is. De meeste dieren zijn er echter niet echt ziek van. Door aantasting van de darmfunctie word wel het voedsel slechter verteerd waardoor de hond of kat meestal af zal vallen. De eetlust blijft over het algemeen wel gewoon aanwezig. Ontwormen en aanpassen van de voeding heeft meestal geen effect, of de diarree gaat maar voor een paar dagen over.

Giardia is in twee verschillende vormen aan te tonen. Het parasietenstadium (trofozoïeten) vinden we in de dunne darm en is een klein zweepdiertje met flagellen. Het is zelden aan te tonen in de ontlasting omdat het parasietenstadium buiten het dier snel dood gaat. In heel verse (nog warme) ontlasting is het soms onder de microscoop te zien.

Uit elke trofozoïet ontstaat een besmettelijke cyste die via de ontlasting uitgescheiden wordt en zo door andere dieren opgenomen kan worden en hier weer voor besmetting kan zorgen.

Het opnemen van 10 cysten is al voldoende om bij verminderde weerstand een infectie aan te laten slaan. Een geïnfecteerd dier kan meer dan 100.000 cysten uitscheidden per ontlastingsbeurt. Zo’n 7 dagen na besmetting worden de eerste cysten uitgescheiden gedurende een periode van 4-5 weken. De cysten kunnen bij de juiste weersomstandigheden (koel en vochtig) weken tot maanden besmettelijk blijven. Ook dieren zonder symptomen kunnen cysten uitscheiden en zo anderen of zichzelf weer (her-)besmetten.

Het stellen van de diagnose

De diagnose wordt gesteld door middel van ontlastingonderzoek. Omdat de uitscheiding van cysten intermitterend (dit wil zeggen niet elke dag) is doen we dit in een verzamelmonster van 3 dagen. Omdat we bij microscopisch onderzoek de giardiaparasiet of zijn cysten makkelijk kunnen missen, gebruiken we hiervoor een sneltest die gemaakt is voor het aan tonen van giardia DNA. Op deze manier kun je ook de dode parasiet of stukjes hiervan aantonen.

Behandeling van giardia

Giardia is met medicijnen goed te behandelen. Besmettelijkheid van de cystes en grote kans op her besmetting maakt echter wel dat dit grondig aan gepakt moet worden om niet in een vicieuze cirkel terecht te komen. Veel dieren zijn na de eerste behandelcyclus giardiavrij. Ze kunnen dit op een later moment wel weer elders oplopen. Een klein deel van de dieren blijft door herbesmetting of door een niet optimale darmweerstand langer besmet.

Giardia kan behandeld worden met twee verschillende soorten medicatie (fenbendazol, een ontwormingsmiddel of metronidazole, een antibiotica). De dierenarts zal op basis van de symptomen, ernst van de klachten en met name ook de leeftijd van het dier bepalen met welke medicatie en dosering het beste gestart kan worden. We geven 5 tot 7 dagen medicatie. Dit moet 2 weken later herhaald worden.

  • Alle dieren in huis (honden en katten) die wisselende ontlasting hebben moeten behandeld worden. Hebben de andere dieren in huis normale goed gevormde ontlasting dan hoeven ze niet mee behandeld te worden.
  • Daarnaast is het belangrijk om de omgeving goed aan te pakken omdat de cysten in de omgeving anders lang voor een nieuwe besmetting blijven zorgen. Kleedjes / kussens moeten regelmatig zo warm mogelijk gewassen worden. Plekken waar de hond / kat komt zo goed mogelijk huishoudelijk reinigen. Bij katten eventueel tijdelijk voorkomen dat ze door het hele huis komen. Ontlasting buiten opruimen.
  • Ook cystes die in de vacht van het dier blijven hangen, kunnen voor herbesmetting zorgen. Daarom is het verstandig om het dier op 3 en 5 dagen na start van de medicatie  te wassen (iig het gebied rond de anus/ staart)  om deze cysten te verwijderen.
  • Omdat giardia besmettelijk is, is het verstandig om (tijdelijk) niet naar puppycursus/ het pension te gaan.
  • Na de 2e behandelingweek moet weer van 3 dagen ontlasting opgevangen worden om te kijken of het dier nu negatief is op giardia. Is het monster nog steeds positief en heeft het dier nog steeds afwijkende ontlasting dan moet de giardia nogmaals of met een ander middel behandeld worden.
  • Is de controle test positief maar is de ontlasting weer helemaal normaal dan zou voor een langere periode probiotica gegeven kunnen worden om de maagdarmweerstand te optimaliseren zodat de nog aanwezige giardia niet de kans krijgt nogmaals voor diarree te zorgen.

Sommige dieren zijn ook nog na een 2e behandelperiode positief bij de controle test. Is de ontlasting op dat moment goed dan is dit geen probleem. Langdurig probiotica zou dan ter ondersteuning en ter voorkoming van een nieuwe diarree periode wel goed zijn.
Is de ontlasting nog steeds afwijkend dan zullen we verder moeten gaan kijken naar een onderliggende oorzaak. Voedselovergevoeligheid, een slechte vertering of bijvoorbeeld een foute balans in de darmflora kunnen de oorzaak zijn van het feit dat giardia in staat is om problemen te blijven geven.

Giardia is een zoönose wat wil zeggen dat het door dieren op de mens overgebracht kan worden. Bij mensen en dieren komen normaal gesproken verschillende giardiastammen voor. We kunnen echter wel, door de bij onze huisdieren voorkomende stammen, besmet worden. Met name kinderen zijn hier gevoelig voor. Mensen met giardia hebben ook diarree en vallen duidelijk af. Hygiëne  is belangrijk om besmetting te voorkomen, een eventuele besmetting moet behandeld worden. Meld bij klachten uw huisarts dat uw huisdier besmet is/ was met giardia.