HCM is de meest voorkomende hartaandoening bij de kat. Deze afkorting staat voor Hypertrofische Cardio Myopathie. Dit betekent dat het om een hartspieraandoening gaat die gepaard gaat met een verdikking van de hartspier. Door deze verdikking gaat het hart compenseren en kan het op den duur onvoldoende functioneren.

HCM is een erfelijke aandoening die we bij katten van alle leeftijden kunnen zien. Dit varieert van 3 maanden tot ouder dan 16 jaar. Vaak wordt de diagnose gesteld bij katten van middelbare leeftijd. Zeker 75% van de katten met HCM is mannelijk.

De ziekteverschijnselen zijn erg variabel en kunnen variëren van sloom zijn, minder eten en wegkruipen tot flauw vallen, benauwdheid en verlamming van de achterpoten.

Moeilijk bij HCM is dat het verloop erg onvoorspelbaar is. De ziekte is progressief wat wil zeggen dat de afwijking aan de hartspier steeds erger zal worden. Katten met ernstige hartspierveranderingen ten gevolge van HCM kunnen toch normaal functioneren met soms alleen een geringe hartruis. Aan de andere kant kunnen katten met relatief geringe afwijkingen aan de hartspier ineens erg hard achteruit gaan.

Het hart zal dus slechter gaan functioneren maar de snelheid waarmee dit gebeurd en de eventuele complicaties die op gaan treden zijn niet te voorspellen.

Wat gebeurd er nu precies bij HCM?

Om dit te begrijpen eerst even in het kort de normale bouw van het hart. Het hart van de kat bestaat net als bij ons uit 4 ruimtes.

Het bloed uit het lichaam komt binnen in de rechter boezem en gaat dan verder naar de rechter kamer die het bloed vervolgens naar de longen pompt. In de longen wordt het bloed van zuurstof voorzien. Vanuit de longen gaat het bloed naar de linker boezem en vandaar uit naar de linker kamer die het bloed via de lichaamsslagader naar de rest van het lichaam pompt.

Bij HCM is de wand van de linker kamer verdikt. Door deze verdikking kan het hart minder goed ontspannen en ook het volume wordt kleiner waardoor er minder bloed in de kamer kan.

Dit heeft meerdere gevolgen voor het hart:

  • De druk in de linker kamer wordt groter. Gevolg hiervan is een hogere druk in de linkerboezem en ook in de longen. Door deze hogere druk kan er vocht uittreden in de longen waardoor benauwdheid ontstaat.
  • De hoge druk in de linker kamer zorgt voor een slechtere doorbloeding van de hartspier zelf. Deze wordt hierdoor gevoeliger voor ritmestoornissen. In een poging om de doorbloeding te verbeteren zal de hartslag omhoog gaan, maar omdat het hart onvoldoende vulling heeft zal dit onvoldoende effect hebben. Het harder en sneller pompen geeft alleen een verslechtering van de al aangetaste hartspier.
  • Door de hogere druk in de linker boezem en omdat het bloed onvoldoende verder kan naar de linker kamer zal de wand van de linker boezem uit gaan zetten. Bloed blijft zo langer hier aanwezig met een groter risico op het ontstaan van bloedpropjes. Deze propjes kunnen dan elders in het lichaam vastlopen en daar een bloedvat helemaal afsluiten (trombose). Vaak gebeurd dit in de slagader van een van beide achterpoten. Dit is een erg pijnlijke complicatie.

De definitieve diagnose word gesteld door het maken van een echo van het hart. We letten dan met name op de wanddikte van de linker kamer, de grootte van de linker boezem en de samentrekkingskracht van het hart.

Op basis van de echo zal de dierenarts beslissen of het noodzakelijk is om met medicatie te beginnen en op welke termijn er een controle echo gemaakt zou moeten worden.

Doel van de medicatie is om de kamervulling te verbeteren, vocht achter de longen te verminderen/ voorkomen en het voorkomen van complicaties als trombose. De medicatie zorgt er ook voor dat de hartspier minder hard achteruit gaat.

Qua medicatie hebben we verschillende mogelijkheden. Meestal bestaat de behandeling uit een combinatie van medicijnen.

  • ß-blokkers (bijvoorbeeld atenolol): deze medicatie verlaagt de hartslag waardoor het hart weer de tijd krijgt om beter te vullen. Het verlaagt ook de kans op ritmestoornissen. Dit geven we als de hartfrequentie verhoogd is.
  • Ace-remmers (bijvoorbeeld fortekor): deze medicatie verwijd de bloedvaten waardoor de bloeddruk afneemt en het hart makkelijker kan pompen. Deze medicatie wordt vaak ingezet als aanvulling wanneer de overige medicatie onvoldoende effect heeft.
  • Bloedverdunners (bijvoorbeeld aspirine): dit vermindert het risico op de vorming van bloedpropjes. Bloedverdunners geven we als de linker boezem vergroot is en er een verhoogd risico op trombose is.
  • Plaspillen zijn nodig als er vocht achter de longen zit. Als de benauwdheid afgenomen is kun je deze medicatie afbouwen en vaak stoppen.

Doel is om door het vroeg stellen van een diagnose en het tijdig starten met de juiste medicatie de kat een goede kwaliteit van leven te geven, met door het remmen van de achteruitgang van het hart ook een langere levensverwachting.