Hyperthyreoidie is een veel voorkomend probleem bij de oudere kat. De schildklier maakt teveel schildklierhormoon aan waardoor de stofwisseling en alle processen die hier mee samenhangen in het lichaam flink opgejaagd wordt.

Deze overmaat aan schildklierhormonen kan de volgende symptomen geven:

  • veranderingen in gedrag: veel katten zijn hyper en erg onrustig. Dit ondanks de hogere leeftijd. Vaak hebben ze een opvallende onrustige blik in de ogen
  • vermageren ondanks erg goede eetlust, soms eten ze alles wat los en vast zit of gaan ze zelfs eten stelen
  • veel drinken
  • regelmatig braken of chronische diarree kan voorkomen
  • opzoeken van koele plekken, warmte intolerantie, snel hijgen bij warmer weer
  • snelle hartslag, kans op hartritmestoornissen en een hartruis (door dikker worden van de hartspier door de hoge hartslag)
  • vacht vaak dof en plukkerig
  • hoge bloeddruk: het hart en de nieren kunnen hier ernstige schade door oplopen. Ook kan acute blindheid optreden door loslaten van het netvlies.

Bij 5-10 % van de katten met hyperthyreoidie zien we een heel ander beeld. De zogenaamde apathische vorm. Deze katten eten slecht, slapen veel en hebben vaak spierzwakte. Daarnaast vermageren ze en is ook de hartslag veel te hoog. Bij deze katten is er vaak meer aan de hand dan alleen de hyperthyreoidie, zoals een al bestaande hartaandoening of nierfalen.

De gemiddelde leeftijd waarop we hyperthyreoidie diagnosticeren ligt rond de 13 jaar. Bij ruim 90 % van de katten met hyperthyreoidie wordt de overproductie van schildklierhormonen veroorzaakt door een goedaardig gezwel in de schildklier. In 30% van de gevallen is dit eenzijdig, in 70 % van de gevallen in beide schildklier-lobben en /of in ectopisch schildklierweefsel (“verdwaald” schildklierweefsel bijvoorbeeld in de borstholte).
Slechts bij een klein percentage wordt de overproductie veroorzaakt door een kwaadaardig gezwel van de schildklier.

Soms is de te grote schildklier te voelen in de hals. De diagnose wordt gesteld door middel van bloedonderzoek. We bepalen dan de totale hoeveelheid schildklier hormoon in het bloed. Normaal ligt dit tussen de 19 en 46. Bij katten met een te hoge schildklierfunctie kan dit boven de 150 uit komen. Daarnaast is het verstandig om de lever- en nierfunctie te controleren, een bloeddrukmeting te doen en eventueel een hartecho. We kunnen zo vaststellen of er al complicaties opgetreden zijn door overmaat aan schildklierhormonen.

Behandelmethoden:

Er zijn drie verschillende behandelmethoden voor hyperthyreoidie. Welke er gekozen wordt, hangt van een aantal zaken af zoals de leeftijd van de kat, de conditie, onderliggende problemen, gemak om pillen toe te dienen maar ook de financiële mogelijkheden van de eigenaar.

 

  1. Behandeling met medicijnen

Twee maal per dag worden er dan tabletten toegediend die de productie van het schildklierhormoon remmen. Na 3-4 weken controleren we dan de hoeveelheid schildklierhormoon en wordt de dosering indien nodig bijgesteld. Ook wordt bij deze controle gekeken naar de lever en nierwaarden. Soms komt na een paar weken behandelen een chronisch nierfalen naar boven dat gemaskerd werd door de hoge schildklierfunctie. Deze overactieve schildklier zorgde er namelijk voor dat de nieren harder werkten voor de behandeling. Als we nierfalen aantonen moet ook dit met medicatie en dieet behandeld gaan worden. Valt de schildklierfunctie binnen de normaalwaarden dan kan met deze dosering doorgegaan worden. Er hoeft dan minder vaak gecontroleerd te worden, om de 4-6 maanden is dan voldoende.

We beginnen altijd met medicijnen als therapie voordat er eventueel voor één van onderstaande mogelijkheden word gekozen. Door de schildklier alvast af te remmen, is de kat stabieler voor andere behandelmethoden.

2. Behandeling met radioactief jodium

Het radioactieve jodium vernietigd al het hyperactieve schildklierweefsel terwijl het gezonde schildklierweefsel met rust gelaten word. Bij zeker 95% van de katten met hyperthyreoidie geeft dit al binnen een week erg goede resultaten. Het is in principe een veilige methode die zeker bij jonge katten (waarbij nog jaren medicatie gegeven zou moeten worden) of bij katten die niet / nauwelijks te pillen zijn, aan te raden is.

Het radioactieve jodium wordt door middel van een injectie onder de huid toegediend, er is dus geen narcoserisico. Voor en na de behandeling worden bloedwaarden, bloeddruk en gewicht in de gaten gehouden.

Nadeel van deze therapie is dat de kat gemiddeld 10 dagen opgenomen moet worden op de kliniek tot de radioactiviteit voldoende is afgenomen. Ook na thuiskomst geeft de kat nog straling af en moet daar rekening mee gehouden worden. Er zijn op dit moment twee klinieken waar deze therapie gedaan kan worden.
De kosten liggen rond de €1000,-.

3. Chirurgische behandeling

Voor een operatie is het verstandig om een speciale scan te laten maken die aangeeft welk schildklierweefsel afwijkend is (één of allebei de lobben, of ook nog elders in de hals/ borstholte). Deze scan kan maar op een paar klinieken in Nederland worden uitgevoerd. Bij een operatie wordt de aangetaste schildklierlob verwijderd. Tijdens de operatie moet de bijschildklier (een orgaantje van een paar mm naast de schildklier dat van belang is voor de calciumhuishouding in het lichaam) gespaard worden. Wordt de bijschildklier beschadigd dan kan er een levensgevaarlijk tekort aan calcium in het bloed ontstaan. Met name als er aan beide kanten geopereerd moet worden, kan dit een groot risico zijn . Er is 5- 20% kans dat na een operatie recidief optreedt van het gezwel in de schildklier.

Als aan beide kanten geopereerd wordt, moet er daarna schildklierhormoon toegediend worden. De kat heeft dit hormoon namelijk wel nodig om te kunnen functioneren. Ook na de operatie moet er dan alsnog medicatie toegediend worden.

Er word daarom ook niet zo vaak gekozen voor een chirurgische behandeling.

Welke behandeling gekozen wordt zal per dier bepaald moeten worden. In principe is hyperthyreoidie goed te behandelen. De prognose hangt vooral af van bijkomende problemen zoals overbelasting van het hart, gemaskeerd nierfalen of hoge bloeddruk. In de beginfase als de kat op een juiste dosering medicatie ingesteld moet worden, is de controle redelijk intensief daarna zullen de controles minder regelmatig plaats hoeven vinden.