Aandoening

Bij hypothyreoïdie wordt er door de schildklier te weinig schildklierhormoon aangemaakt waardoor de stofwisseling erg traag wordt.
Meestal ligt de oorzaak van de verlaagde productie in de schildklier zelf. Af en toe gaat er wat fout met de aansturing vanuit de hersenen.

De twee belangrijkste aandoeningen in de schildklier, die een verminderde productie van schildklier hormonen kunnen geven, zijn:

  • Lymfocytaire thyreoïditis: dit is een ontsteking van de schildklier waarbij het lichaam antistoffen aanmaakt die de eigen schildklier aanvallen. De ontstekingsreactie die hierbij ontstaat, beschadigt de schildklier.
  • Idiopathische atrofie: idiopathisch betekent dat de oorzaak onbekend is. De schildklier wordt kleiner (atrofie) en het weefsel word deels vervangen door vetweefsel.
    Beide oorzaken komen ongeveer even vaak voor.

Hypothyreoïdie zien we vooral bij honden ouder dan 2 jaar omdat de schildklier dan al langzaam achteruit gaat. Duidelijke symptomen zien we meestal rond de 6 jaar.
Er zijn enkele rassen waar we de aandoening vaker bij zien: dit zijn alle Retriever soorten, Spaniëls, Dobbermans, Bouviers en de Ierse setter.

Symptomen

De symptomen kunnen erg uiteen lopen en over het algemeen zullen ze zich ook langzaam ontwikkelen naarmate de schildklier minder gaat functioneren.

Meestal zien we in het beginstadium het dunner worden van de vacht door verlies van onderwol en een wat slome uitdrukking.

Andere symptomen die op kunnen vallen zijn:

  • loomheid, vermindering van het uithoudingsvermogen, meer slapen;
  • gewichtstoename zonder meer te eten, niet afvallen ondanks dieet;
  • dunne schilferige vacht, kaalheid, zwartverkleuring van de huid;
  • vochtophopingen rond het hoofd: door afhangen van de bovenoogleden krijgen de honden een zielige uitdrukking;
  • kreupelheden door vochtophopingen rond de zenuwen;
  • een trage en zwakke hartslag.

Diagnose

De diagnose wordt gesteld door middel van bloedonderzoek. Als eerste bepalen we de hoeveelheid T4 (schildklierhormoon) in het bloed. Is dit duidelijk te laag dan wordt ook TSH (schildklierstimulerend hormoon) in het bloed bepaald.
Bij een te traag werkende schildklier zal TSH dan erg hoog zijn, de hersenen proberen op deze manier de schildklier te stimuleren om meer hormoon aan te maken.
Bij andere aandoeningen waarbij T4 ook te laag kan zijn (bijvoorbeeld bij chronisch ziek zijn) is de TSH niet verhoogd.

Behandeling

Hypothyreoïdie behandelen we door het toedienen van kunstmatig schildklierhormoon in tabletvorm. Na een aantal weken zullen we dan het bloedonderzoek herhalen en indien nodig de medicatie bijstellen. De behandeling is levenslang omdat de schildklierfunctie niet meer zal herstellen.

Binnen een paar weken zien we vaak al verbetering. De honden zijn actiever, alerter en krijgen weer hun normale hoeveelheid energie. Het volledige herstel (met name de vacht) zal 3- 6 maanden duren. In het begin van de behandeling zien we vaak de huidproblemen eerst erger worden. De hond kan meer gaan verharen en ook even meer jeuk krijgen. Het overgewicht corrigeert ook vanzelf als de stofwisseling weer normaal functioneert.

Bij goede reactie op de medicijnen is de prognose erg goed.