Veel voorkomend bij konijnen en knaagdieren zijn problemen met het gebit. Doorgroeiende snijtanden en haakjes op de kiezen zorgen voor veel ongemak. De pijn die hiermee gepaard gaat, zorgt ervoor dat het dier zijn kauwbeweging aanpast. Hierdoor kunnen de problemen toenemen.
Tijdig vaststellen en behandelen van een gebitsprobleem is daarom belangrijk.

In tegenstelling tot bij mensen groeien de tanden bij konijnen en knaagdieren continu door. De tanden groeien tot wel 2-2.5 mm per week. Van deze tanden zit ongeveer 2/3 in de kaak. Zo zit de tand stevig vast en is uitermate geschikt om goed te knagen. Het voer wordt gemalen door een horizontale kauwbeweging waarbij de kiezen netjes op elkaar afslijten. Als groei en slijtage niet in evenwicht zijn ontstaan er problemen.

Een aantal symptomen kunnen wijzen op gebitsproblemen:

  • Het dier eet niet of slecht maar toont wel interesse in het eten
  • Spelen met eten en proppen maken
  • Speekselen, waardoor het bekje nat is. Ook de binnenkant van de voorpootjes kan nat zijn door extra wassen.
    De huid kan ontstoken raken door het chronisch nat zijn.
  • Oog- en/of neusuitvloeiing door aantasting van de traanbuizen.
  • Zwelling van de kop door abcessen aan de kaak
  • Slechte conditie en slecht verzorgde vacht
  • Maagdarmproblemen. Omdat het dier niet genoeg eet of afwijkend kauwt, kan er obstipatie of een gasbuik optreden
  • Vermagering

Als een konijn of knaagdier een van de bovenste symptomen vertoont, is het goed om het gebit na te laten kijken. Soms is het nodig om dit onder sedatie te doen om de bek helemaal goed te kunnen bekijken. Bij zowel het konijn als de cavia kun je de bek bij een wakker dier niet ver genoeg openen waardoor de achterste kiezen soms niet goed te inspecteren zijn.
Als een konijn voor de enting komt, kijken we ook altijd naar het gebit. Het kan dan zijn dat we puntjes op de kiezen zien. Slijt het gebit dan verder normaal af en zijn er geen wondjes in de bek dan is dit geen probleem. Als het konijn goed blijft eten zijn ze bij een volgende controle waarschijnlijk weer netjes afgesleten.

Verkeerde voeding is een van de belangrijkste oorzaken van gebitsproblemen.
Voeding kan op twee manieren gebitsproblemen geven:

  • Een niet uitgebalanceerde voeding bevat vaak te weinig calcium. Te weinig calciumopname (door bijvoorbeeld geven van gemengde granenvoeding) zorgt voor een tekort aan calcium in het bloed. Het konijn/de cavia zal dit proberen op te lossen door calcium uit de botten op te nemen. Omdat dit ook in het kaakbot gebeurd zal er een afwijkende stand van de kiezen ontstaan omdat het kaakbot minder steun geeft. Door de afwijkende stand slijten de kiezen afwijkend af waardoor het gebit in een negatieve cirkel terecht komt. Ook zullen de wortels in de verkeerde richting gaan groeien door ontbreken van de juiste druk in het kaakbot, ze kunnen zo ontstekingen geven aan de traanbuizen die net boven de wortels in het kaakbot lopen. De ontsteking van de traanbuis geeft zo ontstoken ogen met veel pussige oog uitvloeiing.

    Een voeding bestaande uit een goede biks (alle brokjes hetzelfde, met veel vezels), goed hooi en gemengd groenvoer bevat voldoende calcium.  Het geven van een calciumknaagsteen is geen goede oplossing. Het konijn neemt deze calcium “te efficiënt” op waardoor een teveel aan calcium zal zorgen voor blaasstenen en blaaszand.
  • Te weinig ruwvoer: ruwvoer zit laag in energie en bevat veel vezels die goed zijn voor het maagdarmkanaal. Als er veel van gegeten wordt, wordt er langdurig gekauwd waardoor de kiezen goed afslijten. Een konijn/cavia hoort altijd onbeperkt de beschikking tot hooi te hebben.

Naast voedingsproblemen kunnen er ook nog andere oorzaken zijn voor gebitsproblemen:

  • Trauma: als een tand afbreekt zal deze naar verloop van tijd meestal weer terug groeien. De stand kan dan echter anders zijn waardoor de slijtage niet meer goed is. Groeit de tand niet meer terug dan zal de tegenoverliggende tand niet meer slijten en doorblijven groeien. Ook zien we met name bij de cavia regelmatig een kaak luxatie, het kaakgewricht is dan opgerekt of zelfs uit de kom (geweest) waardoor een normale kauwbeweging niet mogelijk is.
  • Afwijkend kauwgedrag
  • Erfelijk afwijkende stand van de snijtanden bij het konijn. De onderkaak is hierbij langer waardoor de snijtanden niet op elkaar afslijten. Deze groeien alle 4 door waardoor de zogenaamde olifantstanden ontstaan. Ook de kauwbeweging met de kiezen word hierdoor uiteindelijk afwijkend.

Behandeling
Als een konijn/cavia slecht eet en er is een gebitsprobleem vastgesteld dan kan dit behandeld worden door onder narcose het gebit te vijlen. Alleen onder narcose is het mogelijk om de bek helemaal goed te bekijken en om voldoende ruimte te maken om de behandeling uit te voeren. Word de beksperder op de snijtanden ingebracht bij een wakker konijn dan kan deze door tegenstribbelen zijn kaak luxeren. De haakjes worden met een vijl of boortje verwijderd waardoor de kiezen weer normaal op elkaar af kunnen slijten. Is de stand van de kiezen al erg afwijkend dan kan het door het continu doorgroeien van de kiezen nodig zijn om dit elke 6 weken te doen. Soms is het ook nodig om de lengte van de snijtanden in te korten. Dit gebeurd altijd door de tanden af te slijpen, bij knippen van de snijtanden kunnen deze splijten wat voor andere problemen kan zorgen.

Bij een konijn met olifantstanden is het verstandig om de snijtanden te verwijderen. Elke 3-6 weken de snijtanden slijpen geeft veel stress. Omdat de snijtanden vaak toch al snel weer iets te lang zijn, past het konijn zijn kauwgedrag aan waardoor je snel haken krijgt op de kiezen. Verwijderen is een blijvende oplossing en zorgt ervoor dat de kiezen goed af kunnen slijten. Ook zonder snijtanden kunnen konijnen goed hooi en biks eten. Groenvoer moet vaak in wat kleinere stukken aangeboden worden.