De keizersnede is een operatie die bij ons op de praktijk regelmatig wordt uitgevoerd. In zo’n 90% van de gevallen gaat het hierbij om een hond, bij katten hoeven we dus veel minder vaak in te grijpen.

Er zijn een aantal redenen waarom een keizersnede nodig kan zijn:
1. Te grote pups / kittens. Dit gebeurd vooral bij kleine nestjes of bij bepaalde rassen (bijv. buldog) waarbij de pups/ kittens in verhouding tot het geboortekanaal te groot zijn.
2. Foute ligging van een pups / kittens: meest voorkomend is een pup / kitten die dwars voor de bekkeningang ligt, waardoor deze in de weg ligt voor de overige pups / kittens.
3. Weeënzwakte: door uitputting of een calciumtekort is de baarmoeder niet meer in staat om voldoende samen te trekken.

De voorbereiding

Als er besloten wordt tot een keizersnede is het belangrijk dat alles goed voorbereid wordt en dat er voldoende handen beschikbaar zijn. Daarom laten we vaak ook de eigenaar bij de operatie blijven om te helpen met het verzorgen van de pups of kittens.
Voordat we de moeder onder narcose brengen wordt eerst in de operatiekamer alles klaargelegd zodat we snel aan de slag kunnen als ze eenmaal slaapt. Door de stress van de bevalling merken we namelijk dat de moederdieren slechter en minder lang slapen dan bij een normale operatie. Ook willen we natuurlijk zo weinig mogelijk narcose geven om de pups / kittens te beschermen.
Naast de operatieset worden er ook voldoende handdoeken klaargelegd om de pups / kittens droog te wrijven en wordt de couveuse aangezet om het kroost warm te houden. We proberen de moeder te scheren als ze nog wakker is, hierbij wordt tot net voorbij de tepels geschoren zodat de jongen deze straks gemakkelijk kunnen vinden. Omdat de baarmoeder buiten de buik gehaald moet worden wordt er een flink stuk geschoren.
Hierna wordt er in de meeste gevallen een naald in een van de poten gezet, zodat we het narcosemiddel direct in de bloedbaan kunnen spuiten en indien nodig infuus toe kunnen dienen. Als de moeder slaapt, wordt ze geintubeerd (om extra zuurstof te geven en later gasnarcose bij te kunnen geven).
Vervolgens wordt de buik goed gewassen en met sterilium gedesinfecteerd, waarna ze op de operatietafel uitgebonden wordt. Om te zorgen dat ze tijdens de operatie niet teveel afkoelt gebruiken we een warmtematje.
Ook wordt ze aangesloten op het gasnarcoseapparaat voor het toedienen van extra zuurstof en om haar hartritme te kunnen bewaken. Als de moeder nog wat gevoelig is op de huid wordt dit lokaal nog wat extra bijverdoofd.

De keizersnede

Nu wordt er een snede gemaakt precies tussen de melklierpaketten door de huid en de buikwand. De snede maken we zo groot dat we de baarmoeder helemaal uit de buik kunnen halen. De baarmoeder wordt op een zodanige plek ingesneden dat het mogelijk is om de jongen uit beide baarmoederhoornen via een snee te verwijderen. Als de dierenarts een pup / kitten uit de baarmoeder gehaald heeft, wordt het vlies verwijderd en een klem gezet op de navelstreng waarna deze kan worden doorgeknipt.
Vervolgens worden de pups / kittens overgegeven aan een assistent / de eigenaar.
Het jong krijgt dan wat in de bek toegediend om de ademhaling te stimuleren en om het narcosemiddel op te heffen (wat ze via de navelstreng binnen gekregen hebben). Zo nodig wordt de neus leeg gezogen met een slangetje. Vervolgens moeten de pups / kittens drooggewreven worden om de ademhaling te stimuleren. Ademen en piepen ze goed dan kan de klem van de navelstreng verwijderd worden en word de navelstreng ontsmet met wat jodium. De pups / kittens kunnen dan lekker in de couveuse.

Als alle pups / kittens eruit gehaald zijn, wordt de baarmoeder weer netjes gehecht en terug in de buik gebracht.
Als de baarmoederwand in erg slechte toestand is, kan besloten worden om ook tijdens de zelfde operatie de baarmoeder mee te verwijderen. We doen dit liever niet omdat door de dracht alles extra doorbloed is, de bloedvaten zijn dus veel groter dan bij een gewone sterilisatie wat extra risico’s zich mee kan brengen.
Indien nodig kan de moeder nu wat dieper onder narcose gebracht worden om te hechten, de pups / kittens hebben er nu geen last meer van.
Soms is de baarmoederwand al behoorlijk geïrriteerd door de lange duur van de bevalling en/of is het vruchtwater erg vies. In die gevallen laten we wat vloeibare antibiotica en vocht achter in de buik voor we deze weer dicht maken om een buikvliesontsteking te voorkomen.
Daarna wordt de buikwand, het onderhuidse vet en de huid gesloten. De huid wordt met een onderhuidse hechting gesloten zodat de jongen er geen last van hebben bij het drinken. Over de wond brengen we een klein beetje wondzalf aan, niet teveel want de jongen moeten goed bij de (schone) tepels kunnen.

Vaak wordt de moeder nu al een beetje wakker waardoor de jongen er meteen bij gelegd kunnen worden. De jongen worden gecontroleerd op geslacht, gehemelte en hart / longfunctie. Twee uur na de narcoseprik kan de moeder wakker gespoten worden, waardoor ze al snel met de jongen mee naar huis kan.
Ze krijgt nog voor een aantal dagen antibiotica en een ontstekingsremmer mee. Tien dagen na de operatie moet de wond gecontroleerd worden en worden eventuele hechtingen verwijderd.
Het is belangrijk om de eerste dagen na de operatie de temperatuur van de moeder goed in de gaten te houden. Soms komt na een keizersnede de melkgift wat moeilijker op gang, het gewicht van de jongen moet dus goed in de gaten gehouden worden (ze mogen na de geboorte niet afvallen) en indien nodig moeten ze met de fles wat bijgevoerd worden. Over het algemeen herstellen ze heel snel van de operatie en zijn ze met 2 a 3 dagen weer de oude.