Konijnen zijn sterke dieren die zich goed aan kunnen passen aan weersveranderingen.
Als in het najaar de daglichtlengte af neemt en het weer slechter wordt gaat het konijn in de rui. De zomervacht maakt zo plaats voor een dikke warme wintervacht. Deze vacht heeft een goede isolatie waardoor het warmteverlies minimaal is.

Goede voeding is erg belangrijk in de winter, het zorgt voor een goede wintervacht en een isolerende vetlaag. Onbeperkt goed hooi moet altijd beschikbaar zijn. Ook moet er voor gezorgd worden dat er altijd ontdooid water is (bijvoorbeeld door een thermosok om het flesje te doen). Zout of suiker aan het water toevoegen is niet goed voor het konijn.
Vaak zit het konijn in de zomer regelmatig in de ren en heeft dan de mogelijkheid om gras te eten, in de winter kun je dit compenseren door meer groen voer de geven.

Zorg er voor dat het hok voldoende beschermt is tegen regen, wind en tocht. En dat er extra stro aanwezig is om een lekker nestje te bouwen. Ook bij flinke vorst kan het konijn in een goed hok met voldoende stro zich prima aanpassen, ’s nachts kan dan eventueel een deken over het hok geplaatst worden.

Veel mensen hebben de neiging om het konijn in de winter naar binnen te halen. Voor het konijn is het binnen met zijn wintervacht echter veel te warm. Is het buiten te nat dan kun je het konijn wel een plekje geven in de schuur of een andere koele ruimte, zorg dan wel dat er voldoende licht is.

In de winter zitten we lekker binnen bij de verwarming en zal het konijn, buiten de voerbeurten om, minder aandacht krijgen dan in de zomermaanden. Het konijn kan hierdoor gefrustreerd raken en bijvoorbeeld gaan bijten. Omdat konijnen sociale dieren zijn is het verstandig om er voor te zorgen dat ze in ieder geval met zijn tweeën buiten de winter door brengen. Probeer daarnaast toch regelmatig voldoende aandacht te geven.