De ziekte van Weil is bij de meeste mensen wel bekend als onderdeel van de jaarlijkse vaccinatie.  Maar wat is de ziekte van Weil nu eigenlijk precies?

De ziekte van Weil wordt veroorzaakt door een bacterie, een zogenaamde leptospire. Er zijn een heleboel verschillende leptospiren bekent, waarvan een deel de hond ziek kan maken. Ook mensen zijn overigens gevoelig voor deze bacterie. De bacterie bevind zich in de urine van besmette dieren, en kan op deze manier in de omgeving verspreid worden.

Besmetting kan plaatsvinden door:

  • Onderling contact: likken en snuffelen tussen dieren onderling
  • Zwemmen, wandelen in besmet water; besmetting dan met name door ratten
  • Besmet voedsel (bijv rauwe melk), drinkwater of urine (denk hierbij aan opspattende urine van koeien in de melkput, vroeger stond de ziekte van weil ook bekend als melkers koorts omdat boeren in de melkput besmet werden)
  • Beet van besmette knaagdieren.
  • Koeien en varkens kunnen als tussengastheer ook een besmettingsbron vormen.

De bacterie dringt door de huid of slijmvliezen het lichaam binnen en verspreid zich vervolgens via het bloed in ongeveer een week  door het lichaam. Daarna tast het verschillende orgaansystemen aan, waarbij vooral lever, nieren en bloedvaten beschadigt worden.

Symptomen kunnen erg variëren. Anorexie, koorts, malaise, braken en diarree worden vaak gezien. Daarnaast kunnen bloedingen , ademhalingsproblemen, bewegingsproblemen door aantasting van de gewrichten, nierfalen en icterus (geel worden door leverfalen) waargenomen worden.

De optredende symptomen hangen af van welke leptospire- bacterie verantwoordelijk is voor de infectie. Ook niet alle honden worden acuut duidelijk ziek. De ziekte kan ook chronisch verlopen, waarbij dan vaak chronisch nierfalen gezien wordt.

De diagnose kan gesteld worden op basis van het klinisch beeld , algemeen bloedonderzoek (lever en nierwaarden) en het aantonen van antilichamen tegen de bacterie in bloed of urine.

Als we er tijdig bij zijn is met intensieve verpleging (opname, antibiotica, infusen etc.) de hond vaak nog wel te redden. Omdat de ziekte zeer besmettelijk is, ook voor de mens, zijn wel quarantaine maatregelen nodig.

Gelukkig kunnen we vaccineren tegen de ziekte van weil. Dit moet in ieder geval jaarlijks gebeuren. Het lichaam bouwt namelijk voor een bacterie geen langdurige weerstand op. Voor jachthonden die vaak in natuurgebieden komen of in de sloot zwemmen zou het zelfs verstandig zijn om twee keer per jaar te enten.

De vaccinatie beschermt niet tegen een infectie, maar zorgt er wel voor dat de hond niet de acute (en levensbedreigende) vorm van de ziekte van Weil kan krijgen.