Melkkliergezwellen zijn zowel bij de hond als bij de kat de meest voorkomende gezwellen. Onder de buik ontstaan er dan (in eerste instantie kleine) harde knobbeltjes in de buurt van de tepels. De gezwelletjes kunnen zowel goed- als kwaadaardig zijn. Ook goedaardige gezwellen kunnen door hun grootte, locatie of door open gaan van de knobbels voor flink wat ongemak zorgen. Goedaardige gezwelletjes kunnen op een later moment alsnog kwaadaardig worden.

Melkkliergezwellen zien we eigenlijk alleen bij de poes en bij de teef. Ze ontstaan net als alle andere tumoren door het ontsporen van de normale celgroei. Bij tumoren gaat deze groei dan ongeremd door. De eerste knobbeltjes ontstaan vaak als het dier ongeveer 7 jaar is. Dieren die op jonge leeftijd gesteriliseerd zijn lopen een beduidend kleiner risico op het krijgen van melkliertumoren (zo’n 80% bij sterilisatie vóór de tweede loops- of krolsheid). Bij dieren die langdurig medicatie tegen de loops- of krolsheid hebben gehad zien we op oudere leeftijd meer tumoren in de melkklieren. Hormonen spelen dus een belangrijke rol bij het ontstaan van deze gezwellen.

De diagnose is gemakkelijk te stellen, de knobbeltjes zijn over het algemeen goed te voelen in de buurt van de tepels. We letten op de grootte, plaats, aantal en verplaatsbaarheid van de knobbeltjes. Bij de jaarlijkse gezondheidscontrole bij de vaccinatie wordt hier ook altijd even naar gevoeld. Helaas is aan de buitenkant niet te zien of een knobbeltje goed- of kwaadaardig is.

Melkkliergezwelletjes kunnen het beste in een vroeg stadium weggehaald worden. Ze zijn dan nog relatief makkelijk te verwijderen en de kans op uitzaaiingen is dan kleiner. Om de kans op nieuwe bultjes zo klein mogelijk te maken, halen we tijdens de operatie ook altijd de voor- en achterliggende tepel weg. De snee en dus ook het aantal hechtingen is dan ook altijd wat groter dan je op basis van de grootte van het bultje zou verwachten. Het weghalen van de bultjes is nooit een garantie dat er geen nieuwe ontstaan, op het moment van de operatie kunnen er in de rest van het melkklierweefsel al enkele niet voelbare tumorcellen aanwezig zijn. Bij oude honden / katten moet er een afweging gemaakt worden tussen het voordeel van een operatie en de nadelen van een narcose.

Worden de gezwellen pas op een laat moment operatief verwijderd, dan ontstaat er een erg grote wond omdat we ruim om de gezwellen heen moeten snijden om alles te kunnen verwijderen. Er zal dan ook meer spanning op de wondranden staan waardoor deze wat trager genezen. Het dier heeft daardoor dan ook meer last van de operatie en zal een paar dagen wat moeilijker lopen.

Vroege sterilisatie voorkomt zo’n 80 % van de melkkliergezwellen. Voelt u een knobbeltje in de melkklieren dan is het belangrijk om er zo vroeg mogelijk bij te zijn. Tijdig opereren zal er in veel gevallen voor zorgen dat er geen nieuwe of erg grote knobbels ontstaan.