Obstipatie is een probleem dat we regelmatig zien bij de kat. Bij obstipatie of verstopping heeft de kat moeite met poepen, hij poept niet, minder vaak of heeft pijn en ongemak bij het poepen. Omdat de ontlasting langer blijft zitten word deze droger en harder waardoor het ontlasten alleen nog maar moeilijker zal gaan. In ernstige gevallen kan de kat gaan braken en stoppen met eten.

Er zijn veel verschillende oorzaken voor het ontstaan van obstipatie.
Hieronder de belangrijkste op een rijtje:

  • Weerzin om op de bak te gaan: de kat kan de bak te vies vinden; de kattenbak korrels kunnen hem niet aan staan; andere katten in huis zorgen er voor dat de kat niet rustig op de bak kan; de kattenbak staat niet op een rustige plek of vlak bij het voer; een kat die het altijd buiten doet, moet bijvoorbeeld vanwege ziekte ineens binnen blijven.
  • Pijn: de kat heeft last van zijn rug of gewrichten waardoor het pijnlijk is om in de juiste houding te gaan zitten. Bij de oudere kat zien we dit door artrose en bij de jongere kat met name door trauma. Ook kan er een ontsteking, poliep of gezwelletje in de dikke darm of bij de anus aanwezig zijn dat  pijn of ongemak veroorzaakt.
  • Uitdroging: een kat die te weinig drinkt of erg veel plast kan uitdrogen. De dikke darm neemt dan zoveel mogelijk vocht op om dit te compenseren. De ontlasting wordt hierdoor te stevig.  Dit zien we veel bij katten met nierproblemen .
  • Zenuwschade: na bijvoorbeeld een aanrijding waarbij de staart van de kat beschadigt is, kan er incontinentie of obstipatie optreden. De zenuwen die de blaas en het laatste stukje van de dikke darm aansturen lopen net langs de eerste staartwervel. Als hier trauma optreedt kan hierdoor de functie minder worden.
  • Megacolon: de dikke darm is uitgerekt en slap. Hij kan niet goed meer samentrekken waardoor de peristaltiek die de ontlasting naar achter moet bewegen niet goed meer werkt. Een megacolon kan ontstaan door langdurige of vaak voortkomende obstipatie maar kan ook zomaar optreden.
  • Hernia perinealis: door een verslapping of breuk van de bekkenbodemspieren ontstaat er ruimte in de bekkenholte. De ontlasting kan zich hier, net voor de anus, ophopen.
  • Overige ziekten: bijvoorbeeld een te snel werkende schildklier, suikerziekte en een te laag kaliumgehalte in het bloed. Katten met deze problemen plassen vaak veel wat door veel vochtopname uit de darm tot obstipatie kan lijden.

Diagnose
De diagnose “obstipatie” is aan de hand van de typische verschijnselen en goed voelen in de buik vaak makkelijk te stellen. Om de juiste therapie te bepalen kan het nodig zijn om een röntgenfoto of echo te maken en een bloedonderzoek te doen. Obstipatie is vaak een gevolg van wat anders, het is dus goed om de oorzaak te weten en die aan te kunnen pakken om terugkeer van de problemen te voorkomen.

Behandeling
De therapie hangt af van de ernst van de obstipatie. Bij een milde obstipatie volstaat het vaak om de kat te laxeren (via de bek en eventueel rectaal). Daarnaast geven we vaak een pijnstiller om er voor te zorgen dat de kat minder ongemak heeft. Hierdoor zal hij eerder poepen en meestal ook blijven eten. Toedienen van (onderhuids) infuus kan verder indrogen voorkomen.

Bij een ernstige obstipatie kan het nodig zijn om onder een roesje de darm te spoelen. Er wordt dan een katheter ingebracht waarna we warme zoutoplossing en/of paraffine langs te obstipatie brengen om deze vervolgens voorzichtig los te masseren. We doen dit bij voorkeur onder narcose omdat het anders voor de kat zeer pijnlijk is. Daarnaast is onder narcose alles ontspannen waardoor de obstipatie makkelijker op te lossen is en er minder kans is op trauma aan de darmwand.  In zeer ernstige gevallen kan de obstipatie operatief verwijderd worden. Het is de vraag of de darmfunctie daarna wel weer goed gaat herstellen.

Bij katten die regelmatig een obstipatie hebben en waar onderliggende ziektes uitgesloten zijn, kan het nodig zijn om ze blijvend te ondersteunen met een onderhoudsdosering laxeermiddel en eventueel een vezelrijk dieet om de darmwering te ondersteunen.

Wat kunt u zelf doen om obstipatie te voorkomen?

  • Voldoende drinken: zorg voor meerdere drinkbakjes in huis op de looproute van de kat, niet in de buurt van de kattenbak. Plaats eventueel een drinkfontein, stromend water zorgt vaak voor meer drinken. Drinkt de kat erg weinig, geef dan natvoeding naast de brokjes.
  • Kattenbak: zorg voor meerdere schone kattenbakken in huis met een kattenbakkorrel die de kat plezierig vindt.
  • Voeding: geef een vezelrijke voeding of voeg extra vezels toe aan het dieet.

De prognose is voor veel katten met obstipatie goed. Bij de meeste katten kunnen de problemen opgelost worden of kan de situatie met ondersteunende maatregelen sterk verbeterd worden.