Staar is een vertroebeling van de lens in het oog.
|
We zien dit met name bij de senior hond en in mindere mate bij de oudere kat. Ook bij het konijn komt het regelmatig voor. Meestal bij dieren vanaf 9 jaar en ouder.
De vertroebeling van de lens begint vaak klein en breidt zich dan langzaam uit. Bij enkele rassen is het erfelijk, dan soms al op hele jonge leeftijd. In deze gevallen vordert de staar vaak snel.
Daarnaast kan staar ook ontstaan door onderliggende ziektes als suikerziekte of loslating van de lens bij een verhoogde oogboldruk. In deze gevallen gaat het om een abnormale “witting” van de lens waardoor het zicht van het dier minder wordt.

Naast deze abnormale “witting” van de lens zien we ook de zogenaamde lenssclerose die vaak wordt aangeduid als “ouderdomsstaar”. Bij veel oudere dieren treedt een witgrijze of blauwgrijze verkleuring van de lens op. Dit gebeurt omdat de lens het gehele leven doorgroeit. Omdat de lens in een strak kapsel zit, kan de lens niet groter worden, maar treedt er verdichting van de lens op. De kern van de lens word hierdoor steeds dichter en hierdoor witter. Dit proces begint vanaf een jaar of zes en is normaal gesproken in beide ogen in hetzelfde stadium. In de loop van de jaren wordt dit erger. De lens blijft echter wel transparant, waardoor er maar een minimale gezichtbeperking is. Het “minder zien” treedt vooral op in fel daglicht. De pupil is dan erg klein waardoor het licht precies midden in de lens binnen komt, juist daar waar de sclerose het ergst is. In de schemering / in het donker, als de pupil groot is, zal het zicht gewoon goed zijn. Behandeling is bij lens sclerose bijna nooit nodig.

Symptomen van staar

  • Witting van de lens in het oog zal het meest opvallende symptoom zijn;
  • Slechter zicht. Dit zal in eerste instantie het meeste opvallen in de schemering / in het donker;
  • Blindheid kan in een later stadium optreden;
  • Eventueel symptomen van een onderliggende ziekte als suikerziekte (veel drinken, veel plassen, meer eetlust maar toch vermageren).

Het stellen van de diagnose

De diagnose stellen we aan de hand van de symptomen en het oogheelkundig onderzoek. Hierbij kijken we vooral naar de lens en bekijken we of we door de lens het netvlies nog kunnen zien. Als de pupil heel klein is dienen we eerst een oogdruppel toe om de pupil te vergroten zodat we het oog beter kunnen bekijken.

Therapie bij staar

Meestal hoeven we niks te doen. De staar vordert langzaam en de dieren zien nog voldoende om zich hier goed mee te redden. Zeker als ze zich in een bekende omgeving bevinden, in een onbekende omgeving kan het op een later moment wel nodig zijn om ze bijvoorbeeld aan te lijnen en te begeleiden.

In gevallen van ernstige staar bij nog jonge honden kan chirurgisch ingrijpen nodig zijn. Hiervoor wordt u dan doorgestuurd naar een oogspecialist. Voordat het oog wordt geopereerd, zal de specialist de functie van het netvlies (deel van het oog dat de binnenkomende signalen omzet in beeld) testen door middel van een elektroretinogram. Werkt het netvlies namelijk onvoldoende dan heeft opereren geen zin, na operatie zal het dier dan nog steeds niet kunnen zien.

Bij een operatie zijn er twee mogelijkheden: in het meest gunstige geval word het lenskapsel geopend en de troebele inhoud eruit gehaald. Vervolgens wordt er een kunstlens ingebracht waarna het dier weer volledig scherp kan zien.  Soms lukt het niet om een nieuwe lens te plaatsen, de lens word dan geheel verwijderd. Het dier kan nu wel weer beter zien maar scherpstellen zal niet meer gaan. Ook zien ze de eerste tijd na de operatie alles op zijn kop, gelukkig passen de hersenen dit vanzelf weer aan.